Wat is de ESPR en wat verandert er voor jouw producten?
7–10 minuten
Max van der Wal en Hidde Kraaijveld
16 september 2026
Een grote retailer vraagt om productinformatie voor een digitaal productpaspoort. Een klant wil weten welk percentage gerecyclede materialen in je product is verwerkt. En dan verschijnt de afkorting ESPR op je agenda. De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) trekt de duurzaamheidslat omhoog voor vrijwel elk fysiek product op de Europese markt. De verordening is sinds juli 2024 van kracht en de concrete eisen worden de komende jaren stapsgewijs per productgroep uitgewerkt in productspecifieke gedelegeerde handelingen. Dit artikel vertelt je wat de ESPR inhoudt, voor wie het geldt en wat je nu kunt doen.
Inhoudsopgave
Wat is de ESPR?
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) is een Europese verordening die minimumeisen stelt aan de duurzaamheid, repareerbaarheid en traceerbaarheid van bijna alle fysieke producten die in de EU worden verkocht. De verordening is in juli 2024 in werking getreden onder wetgevingsnummer Verordening (EU) 2024/1781 en vervangt de Ecodesign-richtlijn uit 2009, die tot dan toe alleen gold voor energiegerelateerde producten zoals witgoed en verlichtingsarmaturen.
Het doel is eenvoudig: producten duurzamer maken vóórdat ze op de markt komen, in plaats van achteraf te hopen op vrijwillige verbetering.
De belangrijkste begrippen uit de ESPR:
Ecodesign-eisen: productspecifieke minimumeisen op het gebied van duurzaamheid, repareerbaarheid, recyclebaarheid en gebruik van gerecyclede materialen, uitgewerkt per productcategorie via gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie
Digitaal productpaspoort: een digitale datadrager die informatie over een product digitaal beschikbaar maakt voor afnemers, toezichthouders en andere betrokken partijen. Welke gegevens verplicht zijn, verschilt per productgroep en wordt vastgelegd in de relevante gedelegeerde handelingen.
Verbod op vernietiging van onverkochte goederen: vanaf 19 juli 2026 verbiedt de ESPR de vernietiging van bepaalde onverkochte consumentenproducten. Het verbod geldt eerst voor grote ondernemingen; voor middelgrote ondernemingen geldt het vanaf 19 juli 2030
Werkplan: de Europese Commissie heeft in 2025 het ESPR-werkplan 2025-2030 gepubliceerd. Daarin zijn ijzer en staal, aluminium, textiel, meubels, banden en matrassen aangewezen als prioritaire productgroepen. Daarnaast bevat het werkplan horizontale maatregelen voor onder meer repareerbaarheid en de recyclebaarheid en het gebruik van gerecycled materiaal in elektrische en elektronische apparatuur
Groene overheidsopdrachten: de Europese Commissie kan voor specifieke productgroepen verplichte duurzaamheidscriteria voor publieke inkoop vaststellen via afzonderlijke uitvoeringshandelingen
In het kort
Wat: de ESPR stelt een kader voor verplichte eisen aan de duurzaamheid en traceerbaarheid van fysieke producten op de EU-markt, waaronder een digitaal productpaspoort voor productgroepen waarvoor dit in de toepasselijke gedelegeerde handelingen wordt voorgeschreven
Voor wie: fabrikanten, importeurs en distributeurs die fysieke producten op de EU-markt brengen, met voorlopig uitstel voor kleine ondernemingen bij sommige verplichtingen
Wanneer: de verordening geldt sinds juli 2024. Productspecifieke eisen volgen via gedelegeerde handelingen. Voor de eerste werkplanperiode zijn onder meer ijzer en staal, textiel, banden, aluminium, meubels en matrassen geprioriteerd; de indicatieve planning loopt van 2026 tot 2029
Wat nu doen: breng in kaart welke productcategorieën voor jouw organisatie als eerste in de werkplannen terechtkomen en start een inventarisatie van je productdata
Voor wie geldt de ESPR?
De ESPR heeft een breed bereik: de verordening geldt als kader voor vrijwel alle fysieke producten die in de Europese Unie op de markt worden gebracht, ongeacht of deze in de EU zijn geproduceerd of geïmporteerd. De verplichtingen verschillen per rol in de keten en per productgroep. Fabrikanten, importeurs en distributeurs kunnen afhankelijk van hun rol onder de ESPR-verplichtingen krijgen.
Een aantal categorieën is uitdrukkelijk uitgezonderd. Voedingsmiddelen, diervoeder, geneesmiddelen, levende planten en dieren, en bepaalde voertuigen waarvoor productaspecten al via sectorspecifieke Europese wetgeving zijn gereguleerd. Voor bepaalde productgroepen gelden daarnaast specifieke Europese regels. Zo kent de EU-Batterijverordening afzonderlijke duurzaamheids- en informatievereisten voor batterijen, waaronder regels voor een digitaal productpaspoort.
Voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen bevat de ESPR op onderdelen ondersteunende maatregelen en kunnen voor specifieke verplichtingen afwijkende toepassingsregels gelden. Er bestaat echter geen algemene vrijstelling van de ESPR voor kleinere ondernemingen. Ook voordat productspecifieke ESPR-eisen van toepassing zijn, kunnen grote afnemers al vragen om product- en ketendata. De keten kan de informatiebehoefte daarmee stroomopwaarts doorgeven.
ESPR tijdlijn: wat moet wanneer klaar zijn?
18 juli 2024: de ESPR treedt in werking.
April 2025: de Europese Commissie publiceert het ESPR-werkplan 2025-2030.
Prioritaire productgroepen in het eerste werkplan: ijzer en staal, aluminium, textiel, meubels, banden en matrassen. Daarnaast bevat het werkplan horizontale maatregelen rond onder meer repareerbaarheid en elektrische en elektronische apparatuur.
Vervolg: voor deze productgroepen worden productspecifieke eisen uitgewerkt via gedelegeerde handelingen. De daadwerkelijke verplichtingen gaan gelden volgens de toepassingsdata die daarin worden vastgesteld.
De tijdlijn ziet er gefaseerd uit, maar dat gevoel van “het duurt nog wel even” is misleidend. Voor de prioritaire productgroepen uit het ESPR-werkplan worden momenteel de voorbereidingen getroffen voor de uitwerking van productspecifieke eisen. Organisaties die nu beginnen met de inventarisatie van hun productdata, staan straks klaar. Wie wacht tot de eisen definitief zijn, begint meteen met een achterstand.
Wat verandert er, en wat gebeurt er als je niets doet?
Tot nu toe golden Europese ecodesign-eisen alleen voor een beperkte groep energiegerelateerde producten. De ESPR vervangt die beperkte aanpak door een systematisch kader waarmee voor verschillende productgroepen verplichte duurzaamheids- en informatie-eisen kunnen worden vastgesteld. Daarmee kunnen duurzaamheidscriteria onderdeel worden van de voorwaarden waaronder producten op de EU-markt mogen worden gebracht.
Concreet betekent dit dat productontwerp, inkoopproces en datavastlegging anders worden ingericht. Waar een digitaal productpaspoort wordt voorgeschreven, vergt dit productdata die nu vaak verspreid liggen over leveranciers, productiedossiers en ERP-systemen. Dat integreren kost tijd – en is iets wat je niet in drie maanden klaarspeelt.
“Duurzaamheidscriteria kunnen onderdeel worden van de voorwaarden voor markttoegang.”
De verordening verplicht lidstaten om doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties in te stellen voor niet-naleving. Hoe hoog die boetes in Nederland worden en welke toezichthouder handhaaft, volgt uit nationale implementatiebeslissingen. Ook vóórdat productspecifieke eisen van toepassing worden, kunnen bedrijven zich voorbereiden op de toenemende vraag naar product- en ketendata van klanten en andere ketenpartners.
Welke eisen stelt de ESPR?
Duurzaamheid en repareerbaarheid: Voor productgroepen waarvoor deze eisen worden vastgesteld, kunnen onder meer eisen gelden voor duurzaamheid, repareerbaarheid, beschikbaarheid van reserveonderdelen en toegang tot reparatie-informatie
Recyclebaarheid en gerecyclede inhoud: Afhankelijk van de productcategorie kunnen eisen worden gesteld aan het gebruik van gerecyclede materialen en aan de recyclebaarheid van producten en onderdelen
Digitaal productpaspoort: Voor producten binnen productgroepen waarvoor de Europese Commissie een digitaal productpaspoort voorschrijft, moet productinformatie digitaal beschikbaar worden gemaakt via een aangewezen datadrager. Welke informatie moet worden opgenomen, verschilt per productgroep
Verbod op vernietiging van onverkochte goederen: Vanaf 19 juli 2026 verbiedt de ESPR de vernietiging van bepaalde onverkochte consumentenproducten die in bijlage VII van de verordening zijn opgenomen. Het verbod geldt aanvankelijk voor grote ondernemingen; micro- en kleine ondernemingen zijn uitgezonderd en voor middelgrote ondernemingen geldt het verbod vanaf 19 juli 2030. De Commissie kan de lijst van producten waarop het verbod van toepassing is later uitbreiden
Informatieverstrekking en labeling: Afhankelijk van de productcategorie kunnen informatievereisten gelden rond onder meer energiegebruik, levensduur, repareerbaarheid, materiaalgebruik en milieu-impact. Welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, wordt per productgroep uitgewerkt
Hoe verhoudt de ESPR zich tot andere wetgeving?
De ESPR staat niet op zichzelf. Organisaties die al werken aan duurzaamheidsrapportage of ketenverantwoordelijkheid zullen merken dat bepaalde product- en leveranciersgegevens voor meerdere doeleinden relevant kunnen zijn. De mate van overlap hangt echter af van de productgroep, de uiteindelijke productspecifieke eisen en de informatie die binnen de organisatie al beschikbaar is.
Voor sommige productgroepen bestaan naast de ESPR afzonderlijke Europese regels met eigen duurzaamheids- en informatievereisten. De Batterijverordening (EU) 2023/1542 bevat bijvoorbeeld specifieke eisen voor batterijen en introduceert daarvoor een eigen digitaal productpaspoort. De verschillende regelgeving kan daarbij naast elkaar relevant zijn, afhankelijk van het product en de toepasselijke eisen. De architectuur van beide paspoorten is echter vergelijkbaar, zodat kennis en systemen deels overdraagbaar zijn.
De CSDDD bevat verplichtingen rond ketendue diligence en kan organisaties stimuleren om informatie over leveranciers en de waardeketen systematisch vast te leggen. Die informatie kan deels ook relevant zijn voor ESPR-verplichtingen. De precieze overlap hangt af van de productgroep, de toepasselijke ESPR-eisen en de informatie die een organisatie al verzamelt.
Eerste stappen met de ESPR
Breng je productportfolio in kaart: Begin met een overzicht van alle productcategorieën die je op de EU-markt brengt of inkoopt. Kijk welke categorieën als eerste in het Commissie-werkplan voorkomen. Die inventarisatie kost meer tijd dan je denkt – zeker als je veel leveranciers of private-labelproducten hebt – en is de basis voor alles wat daarna komt.
Analyseer je huidige productdata: Stel vast welke productinformatie je nu al vastlegt en waar de gaten zitten ten opzichte van de digitaal-paspoortvereisten, als voor jouw productgroep een digitaal productpaspoort wordt voorgeschreven: materiaalsamenstelling, leveranciersinformatie, reparatie- en demontagemogelijkheden. Die gaten moeten gedicht worden voordat je een paspoort kunt genereren, en dat vergt samenwerking met leveranciers die hun data misschien nooit eerder hebben aangeleverd.
Spreek je leveranciers aan: De ESPR werkt twee kanten op: je hebt data van je leveranciers nodig voor jouw digitale paspoort, en jouw klanten vragen straks om data van jou. Begin vroeg met het gesprek: welke informatie lever jij, welke ontvang jij, en in welk formaat? Dit is de schakel die de meeste tijd vergt, juist omdat je afhankelijk bent van anderen.
Volg de gedelegeerde handelingen: De concrete eisen per productcategorie worden de komende jaren gepubliceerd. Stel een vast aanspreekpunt aan in je organisatie dat de publicaties van de Europese Commissie volgt voor de categorieën die jou raken, en stel een alert in wanneer een consultatie voor jouw sector start. Consultaties zijn het moment om input te geven én te weten wat er aankomt.
Meer weten over de ESPR?
Wil je weten wat de ESPR concreet betekent voor jouw productportfolio of hoe je de digitaal-paspoort-vereisten efficiënt aanpakt? Neem contact op met onze adviseurs via 2bhonest.nl/contact.
Dit artikel is gebaseerd op Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad (Ecodesign for Sustainable Products Regulation), gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 28 juni 2024.
Geschreven door
Max van der Wal
Consultant
In een wereld van complexe (milieu)wet- en regelgeving breng ik overzicht en samenhang op basis van mijn ervaring in Brussel.
We use technologies like cookies to store and/or access device information. We do this to improve browsing experience and to show (non-) personalized ads. Consenting to these technologies will allow us to process data such as browsing behavior or unique IDs on this site. Not consenting or withdrawing consent, may adversely affect certain features and functions.
Functional
Altijd actief
The technical storage or access is strictly necessary for the legitimate purpose of enabling the use of a specific service explicitly requested by the subscriber or user, or for the sole purpose of carrying out the transmission of a communication over an electronic communications network.
Preferences
The technical storage or access is necessary for the legitimate purpose of storing preferences that are not requested by the subscriber or user.
Statistics
The technical storage or access that is used exclusively for statistical purposes.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
The technical storage or access is required to create user profiles to send advertising, or to track the user on a website or across several websites for similar marketing purposes.